Flowers

Raoul De Keyser (1930 - 2012)


Raoul De Keyser wordt beschouwd als de discrete grootmeester onder de Belgische schilders van de voorbije vijftig jaar.


Zijn oeuvre is eigenzinnig en tactiel, consequent procesmatig en zonder duidelijk plan ontstaan. In zijn vroege werk experimenteerde hij met de bouwstenen van de schilderkunst: kleur, verf en doek. Later werd zijn beeldtaal vloeiender en verschenen er nieuwe motieven.

De kunstenaar bewoog zich graag op het spanningsveld tussen realiteit en abstractie. Schilderen was voor hem een spel, een onderzoek naar de mogelijkheden van de schilderkunst. Hij schilderde vooral kleinere, vaak wat raadselachtige doeken. Speels en ernstig, verleidelijk en tegendraads.


Aanvankelijk vertrekt hij van concrete gebruiksvoorwerpen en dingen uit zijn directe omgeving die hij sterk vereenvoudigd op doek zet. Vanaf de jaren zeventig wordt zijn werk abstracter en start hij een onderzoek naar het schilderen zelf. Een concreet gegeven blijft aanwezig, maar de voorstelling wordt minder herkenbaar en maakt plaats voor kleurvlakken met lineaire elementen.

In de jaren tachtig komt er een keerpunt in het oeuvre van de kunstenaar: de problematiek van de schilderkunst staat nu helemaal centraal. De figuratie, die aanvankelijk in het oeuvre van De Keyser een uitgangs- en aanknopingspunt was, verdwijnt meer en meer in de soberheid van verflagen. De abstractie wint het van de anekdote, de schilderkunst van het verhaal. Alle aspecten van het werk zijn hierbij belangrijk: formaat, kwaliteit van het linnen, verfsoort en -behandeling. Naast de aandacht voor verfopbrenging en penseelvoering, voor opbouw, lichtwerking en ruimte, ontlenen zijn schilderijen ook hun kracht en intensiteit aan kleur. Soms lijken zij enkel de mogelijkheden van kleur en vorm af te tasten, maar eigenlijk zijn ze veel meer dan dat. De Keyser creƫert in zijn schilderijen problemen waar hij een oplossing voor tracht te formuleren en laat tegelijk de beelden uit zijn doeken opdoemen.